De West Highland Way: een praktisch reisverslag

30/07/2026

Dat Schotland een waar wandelaarsparadijs is, hoef ik je niet meer te vertellen. Met talloze mogelijkheden voor dagtochten en meerdere langeafstandsroutes biedt het land eindeloos wandelplezier. In mei voltooiden Wollie en ik er de West Highland Way, de bekendste meerdaagse tocht van Schotland. Hieronder deel ik mijn ervaring en ontdek je tips om zelf op avontuur te vertrekken!

Wat is de West Highland Way?

De West Highland Way is de populairste meerdaagse trektocht van Schotland. Het pad door de Hooglanden opende in 1980 en is 154 kilometer lang. Of 96 mijl, als je dat omrekent naar Schotse normen. Jaarlijks trekt de langeafstandsroute tienduizenden wandelfanaten van allerlei niveaus en nationaliteiten, en dat is niet zomaar. De route combineert toegankelijke paden met uitzichten die je omverblazen, waardoor je geen ervaren bergwandelaar hoeft te zijn om het traject uit te wandelen.

Hoeveel dagen heb je nodig voor de West Highland Way?

Zelf wandelde ik de West Highland Way in acht dagen en dat zou ik achteraf niet anders doen. Op die manier is er genoeg tijd om af en toe op adem te komen en te genieten van de omgeving. In zeven dagen is de trektocht ook haalbaar, maar dan ga je je iets vaker moeten haasten. Snel last van pijn tijdens het wandelen, of doe je zo'n tocht liever wat meer op je gemak? Dan loont het om de wandeling over negen of zelfs tien dagen te spreiden. Zo zijn de dagelijkse afstanden korter of kan je eens een rustdag inplannen.

Wat is de beste reisperiode voor de West Highland Way?

Over het algemeen is april tot en met september de beste periode om de West Highland Way in te plannen. Wij wandelden de route in mei en dat bleek de ideale keuze te zijn. Mei is de droogste maand in Schotland — al mag je er altijd vier seizoenen op één dag verwachten — en de temperaturen zijn aangenaam. Met wat geluk zijn ook de beruchte midges nog niet zo massaal aanwezig als in de zomermaanden. Bovendien staat de heide dan in bloei en kom je onderweg heel wat lammetjes tegen. Mei mag om al die redenen dan wel de populairste maand zijn, echt druk wordt het nooit. Onderweg kom je regelmatig bekende gezichten tegen, maar aanschuiven is nergens nodig. Dat is bijvoorbeeld anders bij de beklimming van de Ben Nevis of de hike naar Trolltunga in Noorwegen. Vooral op de campings en in de hotels zal je die drukte opmerken, aangezien de meeste verblijfplaatsen langs de route snel volgeboekt zijn. 

Als de koude je niet deert, kan je de West Highland Way ook in maart of april wandelen. 's Nachts duiken de temperaturen in de prille lente vaak onder nul, dus neem zeker aangepast kampeermateriaal mee. Zeker in de Hooglanden liggen de temperaturen dan een stuk lager. Ook in mei sliepen we trouwens één nacht in nul graden, waardoor een warme slaapzak eigenlijk altijd is aangeraden. In ruil daarvoor zijn de prijzen in het voorjaar wat lager en is het pad rustiger.

Liever wat warmer weer? Tussen juni en september kent Schotland de hoogste temperaturen, maar tegelijkertijd valt er dan veel regen. De vervelende midges maken intussen ook hun opwachting en laten geen kans liggen om je 's ochtends of 's avonds te terroriseren. Gelukkig verdwijnen hun beten snel en jeuken ze niet erg, maar echt gezellig is het niet om te eten met tientallen kleine muggen die rond je gezicht cirkelen. Daarnaast is de zomervakantie de drukste periode in Schotland en dan betaal je overal de volle pot. Boek dus ruim op voorhand als je beslist om in juli of augustus te gaan!

Hoe kom je er?

Voor ons wandelavontuur écht van start kon gaan, verbleven Wollie en ik eerst twee nachten in Glasgow. Zo hadden we nog een volledige dag om de stad te ontdekken en voorraden in te slaan. We kochten ook nog wat last minute kampeerspullen — zoals de onontbeerlijke muggenspray, energierepen en een glasfles om op te koken — bij Tiso, een Schotse outdoorwinkel.

De volgende ochtend kan je dan met het openbaar vervoer naar het startpunt in Milngavie reizen. De trein vanuit Glasgow Central doet er zo'n 23 minuten over en ook met de bus zijn er een aantal opties. Lijnen 60A en X10A brengen je allebei in 45 minuten naar de start. Natuurlijk kan je er ook voor kiezen om in de buurt van Milngavie te overnachten, zodat je 's ochtends sneller van start kunt gaan.

Acht dagen wandelen: wat mag je verwachten?

Etappe 1: Milngavie - Drymen (19 km)

Omstreeks 09.00 gaat ons achtdaags avontuur officieel van start. Niet ver van het treinstation van Milngavie poseren we eerst nog even bij het standbeeld dat het beginpunt van de West Highland Way markeert, maar lang blijven we er niet. Met nog 19 kilometer op de planning vliegen we er meteen in. Dat het pad goed bewegwijzerd is, wordt al snel duidelijk. We hoeven onze kaart voorlopig niet boven te halen en volgen de weg langs groene graslandschappen, kleine meren en schapenweiden. 

Een van de vele 'honesty boxes' onderweg. De lichtblauwe houten kast zit vol met huisgemaakte lekkernijen.
Wollie eet vanille-ijs van Turnip the Beet

's Middags trakteert Schotland ons op onze eerste stortbui. Snel pakken we onze lunch weer in en schuilen we onder de bomen. Wanneer het opklaart, zetten we onze tocht verder en komen we enkele honesty boxes tegen, maar die laten we voorlopig links liggen. Deze onbemande houten kasten zitten tot de nok gevuld met huisgemaakte cake, blarenpleisters, zonnecrème en lunchpakketten en vertrouwen op de eerlijkheid van de wandelaars om het correcte bedrag achter te laten. Bij sommige honesty boxes kan je al via QR-codes betalen, maar neem voor de zekerheid genoeg cash mee als je jezelf onderweg eens wilt trakteren. Ook een leuke tussenstop is Turnip the Beet, waar je allerlei lokale producten en souvenirs kunt kopen. Wij pauzeerden er met heerlijk biologisch ijs en waren meteen weer opgeladen voor de laatste kilometers van de dag.

De eindhalte voor vandaag is Drymen, dat bestaat uit een klein dorpscentrum. Hoewel het niet officieel op de route ligt, is een omweg noodzakelijk als je voorraden wilt inslaan. Inkopen doen kan in de Spar en vlakbij vind je ook enkele bars, restaurants, hotels en campings. Die slaan wij echter over, want voor ons staat wildkamperen op de planning. Toegegeven, ik keek niet helemaal uit naar mijn eerste keer wildkamperen. Wat als we geen geschikte plek zouden vinden en nog uren moesten wandelen? Gelukkig bleek dat geen probleem te zijn. Het Garadhban Forest is groot genoeg en bestaat uit veel vlak en beschut terrein om een tent op te plaatsen. Terwijl we onze tent in elkaar puzzelen, begroeten enkele roodborstjes ons en ook wanneer we onze campingmaaltijd klaarmaken, blijven ze in de buurt. Misschien zijn ze jaloers op onze gevriesdroogde pasta carbonara? Al betwijfel ik dat wanneer ik er een eerste hap van neem.

Etappe 2: Drymen - Rowardennan (24 km)

Dag twee begint goed: na een uurtje wandelen door het bos werpen we al een eerste blik op het iconische Loch Lomond. Dit meer, dat trouwens het grootste is van Schotland, zal de komende twee dagen de hoofdrol spelen. Na een eerste indruk klimmen we langs weidelandschappen vol schapen gestaag naar de top van Conic Hill. Vlak voor we de piek bereiken, splitst het pad. Het laatste deel van de klim behoort immers niet officieel tot de West Highland Way en is dus optioneel. Wollie en ik gingen de uitdaging aan en voegden de omweg toe aan onze route. Aanvankelijk waren we van plan met een welverdiend tussendoortje te pauzeren op de top, maar de wind blies er zo sterk dat alles wat we bovenhaalden dreigde weg te waaien. 

Wollie staat op een houten steiger bij het meer Loch Lomond, met daarachter het idyllisch gelegen Rowardennan Lodge Youth Hostel

Terug naar beneden dan maar. De afdaling naar Balmaha is plots een pak drukker dan we intussen gewoon zijn. Conic Hill is dan ook los van de West Highland Way een populaire trekpleister. Beneden bereiken we de oevers van het meer en kunnen we even stoppen in Balmaha. We bestellen fish & chips bij The Oak Tree Inn en laten onze voeten even rusten, want straks staat ons nog een pittig vervolg te wachten. Na een stevige maaltijd zijn onze batterijen weer opgeladen en doen we inkopen bij het naburige winkeltje, al is het aanbod er zeer beperkt. Een echte supermarkt kan je het niet noemen, maar dit is de enige bevoorradingsplek die je tot morgenavond tegenkomt.

Het tweede deel van de dag voert ons verder langs de oevers van Loch Lomond. Het vele stijgen en dalen, al is het steeds maar voor even, zorgt ervoor dat we snel moe zijn en de weg eindeloos lijkt. Wanneer Wollie en ik toekomen in ons hostel, is de euforie dan ook groot. Een betere slaapplek hadden we bovendien niet kunnen kiezen. Het Rowardennan Lodge Youth Hostel serveert warme maaltijden (als je vooraf reserveert) en heeft comfortabele bedden. Als kers op de taart ligt het hostel op een heel idyllische plek. Ga 's avonds eens een kijkje nemen op de steiger of maak nog een wandelingetje bij het meer. Alleen is een muggennetje aangeraden als je ongestoord wilt genieten!

Etappe 3: Rowardennan - Inverarnan (22,5 km)

Vandaag is op fysiek vlak de zwaarste dag. Al snel nadat we ons hostel achter ons laten, neemt het pad ons mee naar de oevers van Loch Lomond, waar de weg een stuk technischer is dan de vorige dagen. We wikken en wegen onze passen tussen de vele boomwortels en rotsen, waardoor de kilometers niet bepaald voorbij vliegen. Gelukkig lenen de stranden en bloemenvelden zich als de perfecte plaats om te pauzeren. Met onze blik op het meer gericht laden we al snel weer op voor het vervolg.

's Middags komen we toe bij het Inversnaid Hotel. De tafels buiten zijn vrij toegankelijk voor passanten, dus zetten we ons er neer voor een welverdiende lunch. Toegegeven, met uitzicht op Loch Lomond smaken boterhammen veel beter. Regent het? Dan kan je ook naar binnen gaan, want het hotel voorziet naast een bar-restaurant ook een gratis ruimte voor wandelaars om hun eigen lunch op te eten. 

Ook de namiddag blijft lastig: we moeten voortdurend opletten waar we onze voeten neerzetten en daardoor zijn we langer onderweg dan vooraf ingeschat. We hebben geluk met het weer, want op het pad aan het meer regent het niet één keer. Aan het einde van de namiddag werpen we een laatste blik op Loch Lomond. Daarna wandelen we nog enkele kilometers door een heuvelachtig terrein om uiteindelijk bij de Beinglas Camping toe te komen. De camping heeft veel kampeerruimte en ligt verscholen tussen de bergen. Aan het onthaal is een klein winkeltje verbonden en daarnaast voorziet de accommodatie behalve tentplaatsen ook enkele hutjes, een gedeelde keuken en een bar waar je een eenvoudige avondmaaltijd kunt eten. De sfeer is gemoedelijk en het is duidelijk dat drie dagen wandelen een band schept. Hier en daar spreken wandelaars elkaar aan, sommigen kaarten samen aan de picknicktafels en anderen doen een babbeltje tijdens het eten. Heel gezellig!

Etappe 4: Inverarnan - Tyndrum (19,5 km)

Na drie dagen wandelen verandert het landschap drastisch. Nu we Loch Lomond achter ons hebben gelaten, zitten we echt in de Schotse Hooglanden. Dat merken we ook aan de lucht: het is er beduidend frisser, maar voorlopig kunnen we nog rekenen op zonnig weer. Geen heldere meren en bloemenvelden meer, maar groene bergen vol bossen en - ja, nog steeds - eindeloze schapenweiden. 

's Middags stuiten Wollie en ik op een eenzame picknicktafel op de top van een heuvel met uitzicht over het dorpje Crianlarich. Dan kunnen we niet anders dan er stoppen voor onze lunchpauze. Hoewel de tafel niet bepaald stabiel is, is het fijn om eens niet op de grond te hoeven eten. Nu we even stilzitten, merken we pas hoe koud het er is. We blazen wolkjes en trekken een extra trui aan, terwijl we stiekem al uitkijken naar een warme kop thee vanavond.

Later op de dag gebeurt het ondenkbare: voor het eerst sinds ons vertrek regent het, en blijft het ook regenen. Een korte bui maakten we al mee op dag één, maar deze keer ziet het ernaar uit dat we onze tent in de gietende regen zullen moeten opzetten. Aangekomen in het Tyndrum Holiday Park hebben we geluk, want de regen is weer even opgehouden. Toch doet het een beetje pijn wanneer we langs de hutjes - sommigen hebben zelfs een jacuzzi - naar het kampeerveld lopen. Nadat we ons geïnstalleerd hebben, doen we inkopen bij The Green Welly Stop, de enige noemenswaardige supermarkt sinds Drymen. We kopen alvast eten voor de volgende twee dagen, want tot Inveroran komen we geen winkels meer tegen. Daarna zijn we te moe om te koken en zetten we ons neer op de houten bankjes bij The Happy Haggis, een eetkraam in het Tyndrum Holiday Park. Terwijl nostalgische rock door de speakers van het eetkraam klinkt, breekt de hemel open. Ons geluk met het weer is op: we slapen met het geluid van regen op onze tent en ook 's morgens, wanneer we de tent opbreken, stopt het maar niet. Tja, in Schotland valt er niet aan regen te ontsnappen...

Etappe 5: Tyndrum - Bridge of Orchy (12 km)

Wollie warmt op met een warme chocolademelk.

Dag vijf breekt aan en intussen zijn onze nieuwe ochtendrituelen al routine geworden. Vandaag staan er niet veel kilometers op de planning, maar toch vertrekken we zoals altijd om acht uur 's ochtends. 

De omgeving wordt elke dag mooier. Het pad slingert tussen indrukwekkende bergen, maar zelf hoeven we geen grote hellingen te overwinnen. Ook de ondergrond is aangenaam: een breed pad dat ooit als militaire weg dienstdeed, leidt ons vlot naar de rivier van Bridge of Orchy, onze slaapplek voor vandaag.

Al tegen de middag komen we er toe, alleen regent het nog te hard om onze tent te kunnen opzetten zonder dat alle andere spullen nat worden. Daarom warmen we eerst even op in het Bridge of Orchy Hotel, waar we met een warme chocolademelk genieten van een uitzicht over de vallei waar we vanavond zullen slapen. Opgelet: de wildkampeerplek bij Bridge of Orchy is populair, dus vertrek zeker op tijd als je je tent op een comfortabele plek wilt kunnen zetten.

Etappe 6: Bridge of Orchy - Kingshouse (18,5 km)

Ook vandaag blijft het landschap alsmaar indrukwekkender worden. Voor we de beschaving achter ons laten, passeren we bij het winkeltje van het Inveroran Hotel. Neem genoeg eten mee, want pas in Kinlochleven kan je nieuwe voorraden inslaan. Daarna laten we de beschaving achter ons en wandelen we uren zonder huizen en andere tekenen van menselijke aanwezigheid tegen te komen. Het desolate gebied, dat bekendstaat als Rannoch Moor, lijkt zo van een andere planeet te komen. Het weer is onvoorspelbaar en hoewel we af en toe bomen tegenkomen, is de beschutting schaars.

's Avonds kamperen we bij het Glencoe Mountain Resort. Het terrein voor tenten is compact, maar gezellig en de douches heerlijk warm. Wegens een gebrek aan supermarkten (en aan zin om te koken) bestellen we avondeten bij het eetcafé dat bij onze verblijfplaats hoort.  

Etappe 7: Kingshouse - Kinlochleven (14,5 km)

Een kleine rivier stroomt door een ruig, regenachtig landschap.

Op het voorlaatste deel van de West Highland Way staat ons nog een uitdaging te wachten: de Devil's Staircase. De top is het hoogste deel van de route, met zo'n 548 meter boven zeeniveau. Menig reisblogger waarschuwde al voor de loodzware klim, maar eerlijk gezegd vielen de 300 meters omhoog best mee. Na zes dagen wandelen is onze conditie al gewend aan het vele stijgen en met wat muziek in onze oren is de moraal hoog. Door weer en wind kronkelt het pad omhoog en eenmaal op de top feliciteren voorbijgangers elkaar. Ik snap het wel: hier, met uitzicht over het woeste Rannoch Moor dringt het pas door wat voor weg we al hebben afgelegd en voor even voel ik me de figuur in Der Wanderer über dem Nebelmeer, het bekende schilderij van Caspar David Friedrich. 

Ook het overige deel van de dag wandelen we door een woest, regenachtig landschap. Dit is het Schotland dat ik me vooraf had voorgesteld en veel mooiere plekken dan dit heb ik nog niet gezien. Wanneer we toekomen in het Blackwater Hostel, Glamping & Campsite zijn we moe, maar voldaan. Het dorpje is niet groot, maar met de bergen als decor is het er prachtig vertoeven. We doen snel inkopen bij de Co-op van Kinlochleven en schuiven dan onze voeten onder tafel voor een kant-en-klare maaltijd. 

    Etappe 8: Kinlochleven - Fort William (24 km)

    De laatste loodjes wegen zwaarst, toch? Ook voor de West Highland Way klopt dat, al komt dat vooral doordat je de laatste kilometers langs een drukke baan wandelt. Voor we daar zijn toegekomen, hebben we gelukkig nog door adembenemende landschappen kunnen wandelen. De ochtend start stevig: zodra we Kinlochleven achter ons laten en het pad ons in een bos leidt, gaat de weg steil omhoog. Aan het puffen en blazen van voorbijgangers weten we dat niet alleen wij het zwaar hebben. Boven werpen we een panoramische blik op het slapende dorpje, waarna we opnieuw het verlaten landschap in trekken.

    Regen, schapen en woeste vlakten, dat is wat ons de rest van de dag te wachten staat. In de namiddag komen we nu en dan een huis tegen en staan we oog in oog met de Ben Nevis. Het pad leidt ons er niet over, maar langs en daarvoor zijn onze voeten ons dankbaar. Zodra Fort William in de verte opdoemt, is het einde aangebroken. Het zal straks raar zijn om ons weer in de dagelijkse drukte te begeven en ons tussen zoveel mensen te bevinden. Het verschil tussen de rustgevende omgeving van de afgelopen dagen en het laatste deel van de West Highland Way is dan ook groot. Auto's zoeven voorbij en weg is de stilte van de natuur. Toch doet het deugd om aan te komen in ons hostel en in echte bedden te slapen. Na al die dagen kamperen voelt dat als pure luxe!

    Conclusie: is de West Highland Way de moeite waard?

    Hoewel een eerste meerdaagse wandeltocht toch even wennen is, zou ik het zo opnieuw doen. De West Highland Way leent zich als de ideale langeafstandsroute voor beginners, door de goede bewegwijzering, toegankelijke paden en vele accommodaties onderweg. Ook voor ervaren hikers is deze Schotse trektocht de moeite, want de landschappen zijn heel anders dan in de Alpen of andere Europese gebergten. Nog één laatste tip: als je gaat kamperen is bagagetransfer aangewezen. Of je kan ook gewoon minder bagage dan ik meenemen... 

    Heb je vragen of opmerkingen bij deze blogpost? Laat het me gerust weten!

    Share
    Create your website for free!